Armoede onder ZZP’ers relatief hoog

door onze redactie

Een recente cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft uitgewezen dat een relatief hoog percentage van ZZP’ers kan worden gezien als arm. Deze zelfstandigen leven onder de gestelde armoedegrens. Het percentage van ondernemers die het niet te breed hebben ligt hiermee veel hoger dan het percentage werknemers in een soortgelijke situatie.
Dit artikel in het kort:

  • Veel zelfstandigen leven onder de armoedegrens
  • Minder dan een kwart van de ZZP’ers beschikt over een gezonde financiële buffer
  • Het gemiddelde vermogen van de ZZP’ers is de laatste tien jaar gehalveerd
  • Een ZZP’er in financiële nood kan in aanmerking komen voor de wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening

Uit de cijfers van het SCP blijkt dat er steeds minder mensen in Nederland onder de armoedegrens leven. Het aantal ZZP’ers dat bij deze groep hoort stijgt echter wel. Van alle zelfstandigen kan ongeveer 8,8% (101.000 mensen) gezien worden als arm. Dit percentage ligt veel hoger dan het aantal mensen die werkzaam zijn in loondienst maar wel onder de armoedegrens leven. Een percentage van 2% van de werknemers (133.000 mensen) wordt namelijk gezien als arm. Nederland telt ruim 300.000 mensen die niet kunnen rondkomen terwijl ze wel werken. Deze groep is groter dan in vergelijkbare landen zoals België of Denemarken.

Armoede een ruim begrip in Nederland 

De armoedegrens wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Hierbij wordt het basisbehoeften budget als standaard aangenomen. In deze basisbehoeften zijn kosten voor onder andere voedsel, woningruimte, kleding en verzekeringen opgenomen.

Het Centraal Bureau voor Statistiek koppelt hier een duidelijk bedrag aan. De lage inkomensgrens voor een alleenstaande ligt op 1030 euro netto per maand, voor een eenoudergezin met twee kinderen is dit 1560 euro netto per maand.  

In het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt er niet gericht over cijfers gesproken maar is er gekeken naar het uitgavenpatroon. Hierbij is een “niet veel maar toereikend” budget als grens gebruikt. Hierbij is er een mogelijkheid om nét in de bovenstaande eerste levensbehoeften te voorzien maar ook een aantal niet noodzakelijke (maar wel wenselijke) zaken meegenomen zoals een lidmaatschap van een sportclub of een eenvoudige vakantie.


ZZP’ers hebben nauwelijks vermogen

Het SCP onderzoek sluit aan bij de cijfers die het CBS eerder dit jaar publiceerde over het vermogen van ZZP’ers. Uit het recent gehouden onderzoek blijkt dat maar liefst een kwart van de ZZP’ers niet of nauwelijks over een financiële buffer voor onverwachte uitgaven beschikt. Slechts 5% van de ZZP’ers heeft een klein vermogen tot vijfduizend euro. Maar liefst 19% van de ZZP’ers had zelfs een negatief vermogen. Veel ZZP’ers beschikken wel over een bedrijfsvermogen van gemiddeld 19.000 euro. Zelfstandigen die werkzaam zijn in de landbouw, bosbouw en visserij beschikken gemiddeld over het hoogste vermogen.  

Afname in vermogen van ZZP’ers

Opvallend is dat het gemiddelde vermogen van de ZZP’ers de laatste tien jaar is gehalveerd. De diverse onderzoeksbureaus kunnen niet gericht aangeven wat hier de reden van kan zijn buiten het feit dat de groep zelfstandigen behoorlijk in omvang is gegroeid. 

Veel ZZP’ers hebben dan ook regelmatig moeite om rond te komen. Hierbij spelen lage vergoedingen, bezuinigingen en de onzekerheid met betrekking tot een vervanging van de wet DBA (deregulering beoordeling arbeidsrelaties) een belangrijke rol. Hierdoor lopen veel zelfstandigen zelfs het risico dat ze niet rond kunnen komen. Zij hebben onvoldoende inkomen om een bepaald consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als noodzakelijk wordt geacht. 

Veel zelfstandigen maken op dat moment te laat gebruik van de sociale voorzieningen die zijn ingericht om zelfstandigen te helpen. Een ZZP’er die in financiële nood zit kan net als iedere andere burger terecht bij de gemeente om af te stemmen of hij of zij in aanmerking kan komen voor de wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening.