De onvermijdelijke ondergang van het broodfonds

door Bert-Jan Wiegeraad

Steeds meer zzp’ers verzekeren zich tegen arbeidsongeschiktheid via een broodfonds. Hoe werkt dit precies? En wat zijn de risico’s? Onze financiële insider Bert-Jan Wiegeraad over de kansen en bedreigingen van het fenomeen broodfonds.
Dit artikel in het kort:

  • Steeds meer zzp’ers worden lid van een broodfonds, een club van maximaal vijftig mensen die elkaar financieel steunen bij langdurige ziekte. 
  • Het broodfonds ontwikkelt zich tot een betaalbaar alternatief voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  • Maar, hoe voorkom je dat niet alleen betaalt voor jouw bevriende zieke collega-ondernemer maar ook voor ondernemers die je helemaal niet kent?
  • De overheid gaat zich ermee bemoeien: het broodfonds zal aan zijn eigen succes ten onder gaan. 

Sympathiek en solidair

Het idee van een broodfonds is sympathiek en solidair. Je wordt lid van een groep zzp’ers en legt een vast bedrag per maand opzij voor het geval een van de leden arbeidsongeschikt wordt. Volgens Broodfondsmakers, een vereniging die zelfstandigen begeleidt bij het oprichten van een broodfonds, zijn er inmiddels zo’n 25.000 zzp’ers die zich op deze manier indekken tegen langdurige uitval. De vereniging werkt samen met Triodos Bank dat een speciale broodfondsrekening heeft gecreëerd. Om te kunnen functioneren telt een groep minimaal twintig en maximaal vijftig deelnemers. 

Schenking in plaats van uitkering

De hoogte van je maandelijkse inleg bepaalt de hoogte van je uitkering (oftewel een ‘schenking’, zoals het broodfondstaal heet). Leg je bijvoorbeeld 45 euro in, dan kun je vaak rekenen op een schenking van duizend euro per maand. Je ontvangt dit bedrag gedurende maximaal twee jaar. Uit onderzoek van TNO blijkt dat 99 procent van de ondernemers die ziek worden binnen deze termijn weer aan de slag is.

Kleinschalig en persoonlijk

Broodfondsen spreken mij om drie redenen aan. 1. Ze zijn kleinschalig en persoonlijk. 2. Deelname is vrijwillig. 3. Er is geen overheidsbemoeienis. De boekhouding van een fonds van maximaal vijftig ondernemers blijft overzichtelijk. Iedereen kan precies zien wat er gespaard en wat er uitgekeerd wordt. De ondernemers kennen elkaar. De drempel om je ziek te melden en een beroep te doen op de vrijgevigheid van bevriende collega’s is hierdoor vele malen hoger dan bij een grote verzekeraar.

Zelfregulerend en fiscaal neutraal

Door de vrijwillige deelname zijn deelnemers veel meer geneigd de afspraken, de imperfecties en consequenties te respecteren en te ondersteunen dan bij een verplicht fonds. Als je het niet ondersteunt en niet echt wilt laten slagen, word je gewoon geen lid. Broodfondsen zijn zelfregulerend binnen de bestaande wettelijke kaders. Zij kunnen hun eigen regels opstellen zolang deze niet in strijd zijn met de wet. Tevens is het fiscaal neutraal: de inleg is niet aftrekbaar en de ontvangen schenkingen zijn niet belast. Tot zover het goede nieuws. Want er zijn serieuze bedreigingen.

Hoe definieer je arbeidsongeschiktheid?

Hoewel broodfondsen zullen zeggen dat zij geen verzekeraars zijn, is het oogmerk wel degelijk om bij arbeidsongeschiktheid een bepaalde inkomenszekerheid te geven. Daar ontstaat meteen het eerste probleem: hoe definieer je arbeidsongeschiktheid? Arbeidsongeschiktheid zoals we dat van de vroegere WAO kennen, ging over het verlies van verdiencapaciteit. Als je altijd honderdduizend euro verdiende en door ziekte theoretisch nog maar vijftigduizend kon binnen harken, daalde je verdiencapaciteit met vijftig procent en was je dus voor vijftig procent arbeidsongeschikt. 


Minimaal brood op de plank

Broodfondsen hanteren een andere definitie van arbeidsongeschiktheid. Ze gaan niet uit van wat je hàd maar van wat je nodig hèbt. Vanuit de gedachte dat er minimaal brood op de plank moet komen, bieden ze een soort elementair inkomen. Maar een sociaal minimum is het ook niet want er wordt niet gekeken naar de totale vermogens- en inkomenssituatie van het lid dat zich langdurig ziek meldt. Het begrip ‘brood’ is niet helder gedefinieerd. Stel: een lid van een broodfonds heeft een adviesbureau. Dit lid is getrouwd. Het stel bezit samen een huis van 475.000 euro. Het huis is voor een derde afbetaald en heeft een overwaarde van anderhalve ton. De partner heeft een goede baan. Het lid wordt ziek en doet een beroep op het broodfonds. Wordt hier brood op de plank gefinancierd of is er sprake van een vergoeding voor verloren inkomen?

Persoonlijk contact

Dit gebrek aan heldere definities en kaders is weliswaar problematisch maar wordt in de praktijk opgevangen door vertrouwen en persoonlijk contact. Dit kan echter alleen werken in een kleinschalige en persoonlijke setting waarin de onvolmaaktheden kunnen worden gladgestreken. 

Men komt er (vaak) wel uit. Nu het aantal broodfondsen sterk groeit, is het interessant om te bekijken hoelang de drie succesfactoren vrijwilligheid, persoonlijkheid en kleinschaligheid de komende jaren stand zullen houden. Het gaat immers over fondsen waar geld in zit. Steeds meer geld. Nu gaat het nog over miljoenen, maar over een paar jaar wellicht over honderden miljoenen.

Kleinschaligheid wordt bedreigd

De eerste bedreiging is reeds zichtbaar omdat broodfondsen overkoepelende afspraken maken met andere broodfondsen. De veiligheid van kleinschaligheid komt hiermee in gevaar. Als lid moet je niet alleen betalen voor jouw bevriende zieke collega-ondernemer maar ook voor ondernemers die je helemaal niet kent. En die hebben misschien wel een veel duurder huis dan jij of inkomsten waar jij niets van weet. Vroeg of laat komen daar rechtszaken van. Een ondernemer vindt dat hij of zij recht heeft op een schenking. De ondernemer vindt zichzelf ziek, het broodfonds vindt van niet. Een andere ondernemer is lid van drie broodfondsen. Twee broodfondsen gaan over tot uitbetaling, de derde vindt het echter wel welletjes maar schiet te kort om dat goed te onderbouwen.

Nationaal Broodfonds

Het is onontkoombaar dat de overheid vroeg of laat ook iets wil regelen. Voor broodfondsen worden normen vastgesteld, over acceptatie van nieuwe leden, definities van arbeidsongeschiktheid en de verdeling van fondsen over andere fondsen. Vervolgens komt er een Nationaal Broodfonds en heeft niemand meer zicht op hoeveel geld er in komt en hoeveel er uit gaat. In het bestuur van het Nationaal Broodfonds zien we opeens allerlei oud-politici terug. Ten slotte zal deelname verplicht worden. En daarmee staat de deur open om vertrouwen en persoonlijkheid volledig te vervangen door nog strakkere regels, procedurele verplichtingen en hoge drempels om uit te keren. Een mooi maar kwetsbaar initiatief van ondernemers om voor elkaar te zorgen, een initiatief dat werkte omdat het klein, persoonlijk en vrijwillig was, groeit kapot en wordt vakkundig weggereguleerd door de staat.

Opnieuw beginnen

Maar men kan altijd weer opnieuw beginnen. Met vleesfondsen of sojafondsen. Iets waarmee ondernemers elkaar zonder overheidsbemoeienis kunnen helpen. Met simpele regels. Met klungelige kaders en problematische definities. Dat geeft op zich niet want het is kleinschalig, persoonlijk en vrijwillig. Dus kan het weer werken. Zolang het geen succes wordt.

Bert-Jan Wiegeraad

Bert-Jan Wiegeraad is financieel adviseur, programmeur en ontwikkelaar van het zzp-boekhoudpakket Acumulus. Daarnaast is hij auteur en columnist op het gebied van ondernemen en spiritualiteit. Onlangs schreef hij het boek Jouw onderneming, een ontdekkingsreis, een spiritueel handboekje voor ondernemers.

Volg Acumulus op: